Vissen met opa

Geschreven maart 7th, 2010 door je Colani

‘Opa ik ben superman’, zegt Jan. Jan heeft een blauw glimmend pak aan. Om zijn schouders heeft hij een rode cape. Op zijn borst staat met grote letters ‘Superman’.
‘Je ziet er stoer uit’, zegt opa. Jan loopt trots een rondje in de kamer.
‘Wil superman vanmiddag met mij vissen?’ vraagt opa. Dat wil Jan wel.
Opa gaat met Jan naar de schuur. Opa pakt voor Jan een bamboehengeltje. Voor zichzelf pakt opa een grote hengel.
‘Dat is het aas’, zegt opa en geeft Jan een plastic doosje met maden.
‘Wat is aas?’ vraagt Jan. Opa vertelt dat je dat aan het haakje doet. De vissen happen naar het aas. Opa vangt dan de vis.
In het park lopen Jan en opa naar de vestinggrachten.
‘Dat lijkt mij een goede visstek’, zegt opa. Opa legt de hengels en het schepnet op de grond. Hij vouwt twee kleine campingstoeltjes open.
‘Zo superman ga daar maar opzitten’ zegt opa en geeft Jan het bamboehengeltje. Opa doet wat aas aan de haak.
‘Superman vangt altijd grote vissen opa’, zegt Jan.
‘En opa’s vangen kleine visjes’, zegt opa. Opa gooit zijn lijn met het aas in de gracht. Jan en opa turen naar hun dobbers.
‘Als je beet hebt moet je de hengel omhoog halen’, zegt opa. Jan vindt het wel een beetje eng een vis vangen. Maar hij is superman en die is niet bang.
‘Ik heb beet!’ roept opa. Opa haalt de lijn op met een vis eraan. De vis spartelt. Opa pakt hem beet. Hij laat hem aan Jan zien.
‘Zo nu gaan we het haakje loshalen. En dan gooien we de vis weer in het water’, zegt opa. Jan tuurt naar zijn dobber.
‘Ik heb nog steeds niet beet’, zegt Jan. Opa vindt dat Jan geduld moet hebben. Opeens horen Jan en opa luid geblaf achter zich. Ze kijken om en zien oma met haar hondje Foxy.

Foxy

‘Wil je Foxy aan de lijn houden bromt opa. Hij schrikt de vissen af’.
‘Net goed. Ik vind het maar zielig. Die enge haken in die vissenbekjes’, zegt oma. Jan haalt zijn hengel uit het water.
‘Ik ben superman. De vissen zijn niet zielig. Opa gooit ze weer in het water’, zegt Jan. Oma lacht.
‘Superman doet zulke dingen niet’, zegt oma. Jan loopt naar Foxy en oma toe. Hij zwaait met zijn cape en rent rond oma en Foxy.
‘Ik ben superman, ik ben superman!’ roept hij luid. Foxy vindt het een leuk spelletje en rent achter Jan aan. Opa buldert van het lachen.
Oma roept “stoppen Jan, zometeen valt Foxy in het water”, Jan hoort niets en gaat door met rennen. En ja hoor daar heb je het al, met een grote plons gaat Foxy kopje onder in de vestinggracht. Opa pakt snel een schepnet en vist de natte en geschrokken Foxy uit het water. Jan en opa moeten lachen, Foxy zit helemaal onder de eendenkroos en modder. Trillend van de schrik staat Foxy weer op de kant, oma is erg boos op opa omdat die zit te lachen.

Oma doet boos Foxy aan de lijn. Rood van kwaadheid verlaat ze de vesting.

Opa en Jan rollen op de grond van het lachen en vangen nog heel veel vissen 😉

Comments are closed.